Strafrecht overig

Antilliaanse zaak. HR: 81.1 RO.

Zaakgegevens

Op 25 maart 2014 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 maart 2014
Datum publicatie
26 maart 2014
Zaaknummer
12/05667
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2014:715
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Antilliaanse zaak. HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 januari 2014

    ECLI:NL:PHR:2014:215
  2. Hoge Raad · 25 maart 2014deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2014:715

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

25 maart 2014

Strafkamer

nr. 12/05667 A

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 1 november 2012, nummer H 77/12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en N. Jörg, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 maart 2014.