Strafrecht overig

HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve: constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Hoge Raad, 12 mei 2015

Zaakgegevens

Op 12 mei 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 mei 2015
Datum publicatie
11 mei 2015
Zaaknummer
14/01932
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:1229
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve: constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

Procesgang

  1. Rechtbank Amsterdam · 29 november 2004

    ECLI:NL:RBAMS:2004:AR6577
  2. Gerechtshof Amsterdam · 4 maart 2013

    ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ5141

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Conclusie A-G · 31 maart 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:579
  4. Hoge Raad · 12 mei 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:1229

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

12 mei 2015

Strafkamer

nr. 14/01932

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2013, nummer 23/004161-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de omstandigheid dat de verdachte strafbaar is verklaard doch geen straf of maatregel is opgelegd, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 mei 2015.