Strafrecht overig

Hoge Raad · Artikel 81 RO-zaken · Strafrecht overig

Zaakgegevens

Op 8 december 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 december 2015
Datum publicatie
8 december 2015
Zaaknummer
14/04298
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:3488
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

HR: art. 81 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:3129
  2. Conclusie A-G · 13 oktober 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2359
  3. Hoge Raad · 8 december 2015deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2015:3488

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

8 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/04298 J

DAZ/IF

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 5 augustus 2014, nummer 23/001034-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996.

1 Geding in cassatie

Het is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 december 2015.