Strafrecht overig

Poging moord. Middelen over opzet op de dood en voorbedachte raad. HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 5 juli 2016

Zaakgegevens

Op 5 juli 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juli 2016
Datum publicatie
7 juli 2016
Zaaknummer
15/02457
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:1413
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging moord. Middelen over opzet op de dood en voorbedachte raad. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:3771
  2. Conclusie A-G · 7 juni 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:604
  3. Hoge Raad · 5 juli 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:1413

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

5 juli 2016

Strafkamer

nr. S 15/02457

LN

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 22 mei 2015, nummer 21/001029-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2016.