Strafrecht overig

HR: 81.1 RO. Conclusie AG: falende bewijsklachten over het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.

Hoge Raad, 16 februari 2016

Zaakgegevens

Op 16 februari 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
16 februari 2016
Datum publicatie
16 februari 2016
Zaaknummer
14/05631
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:238
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

HR: 81.1 RO. Conclusie AG: falende bewijsklachten over het opzettelijk aanwezig hebben van hennep.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 22 december 2015

    ECLI:NL:PHR:2015:2676
  2. Hoge Raad · 16 februari 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:238

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

16 februari 2016

Strafkamer

nr. S 14/05631

LBS/CB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 oktober 2014, nummer 21/003981-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1970.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 februari 2016.