Strafrecht overig

Poging tot doodslag te Rotterdam. Voorwaardelijk opzet op de dood door met een geladen pistool op zijn…

Zaakgegevens

Op 1 november 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 november 2016
Datum publicatie
1 november 2016
Zaaknummer
15/02699
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2489
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Poging tot doodslag te Rotterdam. Voorwaardelijk opzet op de dood door met een geladen pistool op zijn toenmalige vriendin te schieten, waarbij de kogel het slachtoffer in haar hoofd en hals heeft geraakt. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Uitspraak · 2015

    ECLI:NL:GHDHA:2015:1212
  2. Conclusie A-G · 13 september 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1053
  3. Hoge Raad · 1 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2489

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

1 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/02699

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 20 mei 2015, nummer 22/005401-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2016.