Strafrecht overig

Doodslag op echtgenote op de camping Flevo Natuur te Zeewolde. Middelen over de bewijsconstructie. HR: 81.1 RO.

Zaakgegevens

Op 11 november 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 november 2016
Datum publicatie
11 november 2016
Zaaknummer
15/02649
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2582
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Doodslag op echtgenote op de camping Flevo Natuur te Zeewolde. Middelen over de bewijsconstructie. HR: 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Zwolle-Lelystad · 10 juni 2010

    ECLI:NL:RBZLY:2010:BM7349
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 februari 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:1384

    Meerdere afhandelingswijzen

  3. Conclusie A-G · 25 oktober 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1112
  4. Hoge Raad · 11 november 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2582

    Conclusie gevolgd · (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

Inhoudsopgave

11 november 2016

Strafkamer

nr. S 15/02649

SB

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 26 februari 2015, nummer 24/001541-10, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de duur van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van twaalf jaren en zes maanden.

4 Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

vermindert deze in die zin dat deze twaalf jaren en twee maanden beloopt;

verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 november 2016.