Strafrecht overig

Afzien van rechtsbijstand ter zitting. HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 6 december 2016

Zaakgegevens

Op 6 december 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 december 2016
Datum publicatie
7 december 2016
Zaaknummer
15/01214
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2780
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Afzien van rechtsbijstand ter zitting. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 15 november 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1216
  2. Hoge Raad · 6 december 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2780

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

6 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/01214

MD/DFL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 februari 2015, nummer 22/002657-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Waling, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de als vice-president W.A.M. van Schendel, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2016.