Strafrecht overig

OM-cassatie. Vrijspraak ter zake bedreiging door agent door dienstpistool te richten. Wederrechtelijk. Art…

Zaakgegevens

Op 20 december 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 december 2016
Datum publicatie
19 december 2016
Zaaknummer
15/05178
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:2895
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

OM-cassatie. Vrijspraak ter zake bedreiging door agent door dienstpistool te richten. Wederrechtelijk. Art. 285 Sr. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 oktober 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:7692
  2. Conclusie A-G · 6 september 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:1087
  3. Hoge Raad · 20 december 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:2895

    Bekrachtiging/bevestiging · Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

20 december 2016

Strafkamer

nr. S 15/05178

LBS/CeH

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 oktober 2015, nummer 21/002882-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Deze heeft bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De raadsman van de verdachte, D.P. Hein, advocaat te Amsterdam, heeft het beroep tegengesproken.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2016.