Strafrecht overig

Onrechtmatige staandehouding? CAG: in h.b. was geen sprake van een verweer strekkende tot bewijsuitsluiting…

Hoge Raad, 24 mei 2016

Zaakgegevens

Op 24 mei 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2016
Datum publicatie
24 mei 2016
Zaaknummer
15/00057
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:955
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Onrechtmatige staandehouding? CAG: in h.b. was geen sprake van een verweer strekkende tot bewijsuitsluiting a.b.i. art. 359a.2 Sv. ’s Hofs oordeel dat de staandehouding niet onrechtmatig was, getuigt niet van een onjuiste opvatting, is niet onbegrijpelijk en is ook niet ontoereikend gemotiveerd. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/00058.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 23 december 2014

    ECLI:NL:GHAMS:2014:5521
  2. Conclusie A-G · 12 april 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:388
  3. Hoge Raad · 24 mei 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:955

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

24 mei 2016

Strafkamer

nr. S 15/00057

CB/AGE

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 23 december 2014, nummer 23/003700-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2016.