Strafrecht overig

WOTS. Verwerping strafmatigingsverweer en verweer dat de Rb geen verlof tot verdere tul zou moeten verlenen…

Hoge Raad, 24 mei 2016

Zaakgegevens

Op 24 mei 2016 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2016
Datum publicatie
25 mei 2016
Zaaknummer
15/04864
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2016:963
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WOTS. Verwerping strafmatigingsverweer en verweer dat de Rb geen verlof tot verdere tul zou moeten verlenen omdat de Duitse veroordeling in strijd met art. 6 EVRM tot stand is gekomen, wegens gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 maart 2016

    ECLI:NL:PHR:2016:395
  2. Hoge Raad · 24 mei 2016deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2016:963

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

24 mei 2016

Strafkamer

nr. S 15/04864 W

BKL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, van 30 september 2015, nummer 18/859900-15, omtrent een verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:

[veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2016.