Strafrecht overig

Falende bewijsklacht medeplegen diefstal van elektriciteit. HR: art 81.1 RO. Samenhang met 16/01380P.

Hoge Raad, 6 juni 2017

Zaakgegevens

Op 6 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2017
Datum publicatie
6 juni 2017
Zaaknummer
16/01379
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:1024
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Falende bewijsklacht medeplegen diefstal van elektriciteit. HR: art 81.1 RO. Samenhang met 16/01380P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 18 april 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:392
  2. Hoge Raad · 6 juni 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:1024

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

6 juni 2017

Strafkamer

nr. S 16/01379

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 9 maart 2016, nummer 21/006585-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben O.E. de Jong en J.J. Bussink, beiden advocaat te Utrecht, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Bussink heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2017.