Strafrecht overig
N.a.v. een verkeersruzie is een taxichauffeur achter een fietser aangereden en met zijn auto op de fietser…
ECLI:NL:HR:2017:1125 · Hoge Raad · 20 juni 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1125
Zaakgegevens
Op 20 juni 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 20 juni 2017
- Datum publicatie
- 20 juni 2017
- Zaaknummer
- 15/04145
- Rechtsgebied
- Strafrecht Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1125
Samenvatting
N.a.v. een verkeersruzie is een taxichauffeur achter een fietser aangereden en met zijn auto op de fietser ingereden, als gevolg waarvan de fietser is gevallen zonder dat deze letsel heeft opgelopen. Poging tot zware mishandeling (art. 302 jo 45 Sr). Klacht over het bewijs van voorwaardelijk opzet. CAG: ’s Hofs kennelijke oordeel dat verdachte door zijn handelen willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat X zwaar lichamelijk letsel zou bekomen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daarbij moet worden bedacht dat het gaat om een gemotoriseerde verkeersdeelnemer die met zijn auto is ingereden op een fietser. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 mei 2017
ECLI:NL:PHR:2017:502Hoge Raad · 20 juni 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1125
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
Inhoudsopgave
20 juni 2017
Strafkamer
nr. S 15/04145
NA/DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 19 augustus 2015, nummer 21/008563-13, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 juni 2017.