Strafrecht overig
Bedrieglijke bankbreuk door een r.p. terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven (meermalen…
Hoge Raad, 11 juli 2017
ECLI:NL:HR:2017:1303 · Hoge Raad · 11 juli 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-1303
Zaakgegevens
Op 11 juli 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 juli 2017
- Datum publicatie
- 11 juli 2017
- Zaaknummer
- 16/04517
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:1303
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bedrieglijke bankbreuk door een r.p. terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven (meermalen gepleegd), verduistering in functie gepleegd (meermalen gepleegd) en gewoontewitwassen door grote bedragen (in totaal 2,4 miljoen euro) aan vennootschappen te onttrekken, waardoor bedrijven failliet gingen, en deze bedragen te gebruiken voor aankoop van goederen en privébetalingen. Acht middelen o.m. betreffende verwerping van beroep op n-o OvJ, afwijzing verzoek tot voeging van stukken, diverse bewijsklachten en klachten over de strafmotivering. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Rechtbank Midden-Nederland · 31 augustus 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:6365Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 13 juli 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:6033(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaanVernietigingDe hogere rechter zet de eerdere uitspraak (deels) opzij en beslist zelf, of laat een andere rechter de zaak opnieuw doen.Meer uitleg
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:625Hoge Raad · 11 juli 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:1303
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg · Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
11 juli 2017
Strafkamer
nr. S 16/04517
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 13 juli 2016, nummer 21/005128-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
Namens de verdachte heeft L.E.G van der Hut, advocaat te 's-Gravenhage, daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juli 2017.