Strafrecht overig
Medeplegen doodslag door vader en zoon. Ondervragingsrecht, art. 6.3 onder d EVRM. Heeft de verdediging een…
Hoge Raad, 26 september 2017
ECLI:NL:HR:2017:2481 · Hoge Raad · 26 september 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2481
Zaakgegevens
Op 26 september 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 september 2017
- Datum publicatie
- 26 september 2017
- Zaaknummer
- 16/03859
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2481
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen doodslag door vader en zoon. Ondervragingsrecht, art. 6.3 onder d EVRM. Heeft de verdediging een behoorlijke en effectieve gelegenheid gehad om medeverdachte (zoon van verdachte) als getuige te horen? HR: art. 81.1 RO. CAG: Verdediging heeft voldoende gelegenheid gehad om medeverdachte te ondervragen teneinde de betrouwbaarheid van deze getuige aan te vechten en effectieve gelegenheid gehad tot het stellen van vragen. Geen schending art. 6.3 onder d EVRM.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 juli 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:5907Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 juni 2017
ECLI:NL:PHR:2017:955Hoge Raad · 26 september 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2481
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/03859
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 20 juli 2016, nummer 21/005148-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 september 2017.