Strafrecht overig

Medeplegen van hennepteelt, gekwalificeerde diefstal en voorhanden hebben van enkelloops kogelgeweer…

Hoge Raad, 3 oktober 2017

Zaakgegevens

Op 3 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 oktober 2017
Datum publicatie
3 oktober 2017
Zaaknummer
15/05318
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:2529
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen van hennepteelt, gekwalificeerde diefstal en voorhanden hebben van enkelloops kogelgeweer. Klachten over de afwijzing van een voorwaardelijk getuigenverzoek en het bewijs van de overtreding van art. 26.1 WWM. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/05319 P

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 29 augustus 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:995
  2. Hoge Raad · 3 oktober 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:2529

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

3 oktober 2017

Strafkamer

nr. S 15/05318

SG

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 10 november 2015, nummer 21/004016-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H.K. ter Brake, advocaat te Hoorn, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier L. Nuy, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2017.