Strafrecht overig
Doodslag. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:93. Falende klachten over 1. u.o.s inhoudende dat de bloedsporen niet…
Hoge Raad, 10 oktober 2017
ECLI:NL:HR:2017:2570 · Hoge Raad · 10 oktober 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2017-2570
Zaakgegevens
Op 10 oktober 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 oktober 2017
- Datum publicatie
- 9 oktober 2017
- Zaaknummer
- 16/04473
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2017:2570
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Doodslag. Vervolg op ECLI:NL:HR:2015:93. Falende klachten over 1. u.o.s inhoudende dat de bloedsporen niet ten laste van verdachte voor het bewijs kunnen worden gebruikt. 2. u.o.s. inhoudende dat geen relatie is vast te stellen tussen de door verdachte op het internet gebruikte zoektermen en het tlgd. feit. 3. u.o.s. inhoudende dat aannemelijk is dat niet verdachte, maar een onbekende derde de inbraak heeft geënsceneerd en/of het delict heeft gepleegd. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 juli 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:5747Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 29 augustus 2017
ECLI:NL:PHR:2017:1029Hoge Raad · 10 oktober 2017deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2017:2570
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg · Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/04473
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 14 juli 2016, nummer 21/000406-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal W.H. Vellinga heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 oktober 2017.