Strafrecht overig

Bewijsklacht medeplegen van gebruikmaken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst door valse…

Hoge Raad, 7 maart 2017

Zaakgegevens

Op 7 maart 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 maart 2017
Datum publicatie
7 maart 2017
Zaaknummer
15/02894
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:378
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Bewijsklacht medeplegen van gebruikmaken van een vals geschrift als ware het echt en onvervalst door valse facturen in te dienen bij de gemeente Tiel, art. 225.2 Sr. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 15/02971, 15/03319, 15/03321 en 15/03322.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 17 juni 2015

    ECLI:NL:GHARL:2015:4464
  2. Conclusie A-G · 17 januari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:125
  3. Hoge Raad · 7 maart 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:378

    Conclusie gevolgd · Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

7 maart 2017

Strafkamer

nr. S 15/02894

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 17 juni 2015, nummer 21/001994-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.A. Groeneveld, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2017.