Strafrecht overig

Verlof tot tenuitvoerlegging van een door de Belgische rechter opgelegde gevangenisstraf. Art. 350 Sv. CAG…

Zaakgegevens

Op 18 april 2017 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
18 april 2017
Datum publicatie
18 april 2017
Zaaknummer
16/01294
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2017:697
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Verlof tot tenuitvoerlegging van een door de Belgische rechter opgelegde gevangenisstraf. Art. 350 Sv. CAG: ook voor de WOTS-procedure moet worden aangenomen dat de beraadslagingen over de punten waarover de rechtbank moet beslissen, dienen te geschieden door de rechters die de zaak in haar geheel ter terechtzitting hebben onderzocht. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 januari 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:267
  2. Hoge Raad · 18 april 2017deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2017:697

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

18 april 2017

Strafkamer

nr. S 16/01294 W

CeH/NA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 11 februari 2016, nummer [001] , omtrent een verzoek van het Koninkrijk België tot overname van de tenuitvoerlegging van een rechterlijke beslissing tegen:

[veroordeelde] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de veroordeelde. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en E.F. Faase, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2017.