Strafrecht overig

Salduz-verweer. Is de verdachte voorafgaand aan het politieverhoor gewezen op het recht tot raadpleging van…

Hoge Raad, 30 januari 2018

Zaakgegevens

Op 30 januari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
30 januari 2018
Datum publicatie
30 januari 2018
Zaaknummer
16/03687
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:122
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Salduz-verweer. Is de verdachte voorafgaand aan het politieverhoor gewezen op het recht tot raadpleging van een advocaat? CAG over o.m. het recht op bijstand tijdens verhoor, mede in het licht van destijds geldende Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (zie thans art. 28a e.v. Sv) en EHRM 13 september 2016, nr. 50541/08, 50571/08, 50573/08 en 40351/09 (Ibrahim e.a./Verenigd Koninkrijk). HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 december 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1500
  2. Hoge Raad · 30 januari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:122

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

30 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/03687

LBS/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 30 juni 2016, nummer 21/006409-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 januari 2018.