Strafrecht overig

Medeplegen poging woninginbraak, art. 311.1.5 Sr. Strafmotivering. Verwijzing naar eerdere niet…

Zaakgegevens

Op 4 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 september 2018
Datum publicatie
4 september 2018
Zaaknummer
16/05650
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1430
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen poging woninginbraak, art. 311.1.5 Sr. Strafmotivering. Verwijzing naar eerdere niet onherroepelijke veroordeling t.z.v. woninginbraak. HR: art. 81.1 RO. CAG: Geen reden om aan te nemen dat Hof nog niet onherroepelijke veroordeling ten nadele van verdachte heeft laten meewegen en op grond daarvan een zwaardere onherroepelijke straf heeft opgelegd.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 16 november 2016

    ECLI:NL:GHAMS:2016:5280
  2. Conclusie A-G · 5 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:552
  3. Hoge Raad · 4 september 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1430

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

4 september 2018

Strafkamer

nr. S 16/05650

EC/DAZ

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 november 2016, nummer 23/001510-16, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 september 2018.