Strafrecht overig

Medeplegen van medeplichtigheid aan poging tot gekwalificeerde diefstal (meermalen gepleegd). Middelen klagen…

Zaakgegevens

Op 6 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2018
Datum publicatie
6 februari 2018
Zaaknummer
16/01789
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:159
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen van medeplichtigheid aan poging tot gekwalificeerde diefstal (meermalen gepleegd). Middelen klagen dat 1. de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest een getuige te ondervragen terwijl de bewezenverklaring in beslissende mate op de verklaringen van deze getuige berust, 2. Hof getuigenverklaringen tot het bewijs heeft gebezigd in afwijking van uos verdediging over de betrouwbaarheid van die verklaringen, 3. een voor het bewijs gebezigde getuigenverklaring een ontoelaatbare gissing of conclusie inhoudt en 4. de aanvulling b.m. gedeeltelijk onleesbaar is en Hof heeft verzuimd de bijlagen waarnaar het daarin verwijst, aan de aanvulling te hechten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/01648 en 16/02733.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 december 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1509
  2. Hoge Raad · 6 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:159

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/01789

IV/MM

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 16 maart 2016, nummer 22/001182-11, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.M. Lintz, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.