Strafrecht overig

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Vervolg van HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2711. Betrokkene door rechtbank…

Zaakgegevens

Op 9 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 februari 2018
Datum publicatie
8 februari 2018
Zaaknummer
17/04507
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
Advocaat
mr. G.E.M. Later
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:175
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Art. 81 lid 1 RO. Wet Bopz. Vervolg van HR 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2711. Betrokkene door rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in verzoek onmiddellijke invrijheidstelling.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 15 december 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1515
  2. Hoge Raad · 9 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:175

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

9 februari 2018

Eerste Kamer

17/04507

TT/AS

Hoge Raad der Nederlanden

Beschikking

in de zaak van:

[betrokkene],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

advocaat: mr. G.E.M. Later,

t e g e n

DE OFFICIER VAN JUSTITIE BIJ HET ARRONDISSEMENTSPARKET AMSTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1 Het verloop van het geding

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:

a. zijn beschikking in de zaken 16/03895 en 16/04137 van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2711;

b. de beschikkingen in de zaken C/13/630501/FA RK 17-3869, C/13/628716/FA RK 17-3079 en C/13/622869/FA RK 17-588 van de rechtbank Amsterdam van 21 juni 2017.

De beschikking C/13/628716/FA RK 17-3079 van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2 Het tweede geding in cassatie

Tegen laatstgenoemde beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3 Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op 9 februari 2018.