Strafrecht overig

Medeplegen verkopen MDMA, aanwezig hebben MDMA en cocaïne en gewoontewitwassen. Bewijsklachten m.b.t…

Zaakgegevens

Op 25 september 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
25 september 2018
Datum publicatie
24 september 2018
Zaaknummer
17/00654
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:1761
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Medeplegen verkopen MDMA, aanwezig hebben MDMA en cocaïne en gewoontewitwassen. Bewijsklachten m.b.t. opiumwetdelicten en gewoontewitwassen en klacht over grondslagverlating gewoontewitwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/06198.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 juni 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:685
  2. Hoge Raad · 25 september 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:1761

Uitspraak

Inhoudsopgave

25 september 2018

Strafkamer

nr. S 17/00654

ABO

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 25 november 2016, nummer 22/001452-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 september 2018.