Strafrecht overig
Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140.1 Sr en medeplegen van gewoontewitwassen, art. 420ter Sr…
Hoge Raad, 2 oktober 2018
ECLI:NL:HR:2018:1826 · Hoge Raad · 2 oktober 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-1826
Zaakgegevens
Op 2 oktober 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2018
- Datum publicatie
- 2 oktober 2018
- Zaaknummer
- 17/01504
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:1826
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Deelneming aan een criminele organisatie, art. 140.1 Sr en medeplegen van gewoontewitwassen, art. 420ter Sr. Afwijzing bij appelschriftuur gedaan getuigenverzoek. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 9 maart 2017
ECLI:NL:GHDHA:2017:1395Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 10 juli 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1103Hoge Raad · 2 oktober 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:1826
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
2 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/01504
AKA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 maart 2017, nummer 22/000759-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Meijers, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 oktober 2018.