Strafrecht overig

Opzettelijk doen van onjuiste aangifte omzetbelasting en opzettelijk niet ter beschikking stellen van (de…

Zaakgegevens

Op 6 februari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 februari 2018
Datum publicatie
12 februari 2018
Zaaknummer
16/04181
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:187
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Opzettelijk doen van onjuiste aangifte omzetbelasting en opzettelijk niet ter beschikking stellen van (de inhoud van) boeken, bescheiden en of gegevensdragers. Art. 68.1.b en 69.1 AWR. Falende klacht over niet door b.m. weerlegd uos t.a.v. feit 1 en over ontoereikend bewijs van feit 2. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/04180.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 15 juni 2016

    ECLI:NL:GHARL:2016:6034
  2. Conclusie A-G · 12 december 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1521
  3. Hoge Raad · 6 februari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:187

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

Inhoudsopgave

6 februari 2018

Strafkamer

nr. S 16/04181

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 15 juni 2016, nummer 21/003729-12, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , gevestigd te [vestigingsplaats].

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 februari 2018.