Strafrecht overig
Grootschalige telecomfraude waarbij d.m.v. met fraude verkregen telefoonabonnementen door katvangers is…
Hoge Raad, 4 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2227 · Hoge Raad · 4 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2227
Zaakgegevens
Op 4 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 4 december 2018
- Datum publicatie
- 3 december 2018
- Zaaknummer
- 17/00946
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2227
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Grootschalige telecomfraude waarbij d.m.v. met fraude verkregen telefoonabonnementen door katvangers is ingebeld op 090X-betaalnummers, terwijl achter die betaalnummers geen dienst zat. Medeplegen witwassen, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr). Ondervragingsrecht t.a.v. getuige, die na herhaalde verzoeken van verdediging via videoverbinding door Rh-C in aanwezigheid van verdachtes raadsvrouwe is gehoord en wiens bij politie afgelegde verklaring voor bewijs is gebruikt. HR: art. 81. RO. Samenhang met 17/00825 P, 17/00919 P en 17/00920.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1342Hoge Raad · 4 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2227
Conclusie gevolgdGevolgd of contrair‘Gevolgd’: de Hoge Raad besliste zoals de advocaat-generaal adviseerde. ‘Contrair’: hij besliste anders.Meer uitleg
Uitspraak
4 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/00946
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2017, nummer 23/004487-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.E. Kötter, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2018.