Strafrecht overig
Opzettelijk niet voldoen aan wettelijke verplichting door getuige door opgeroepen en verschenen als getuige…
Hoge Raad, 11 december 2018
ECLI:NL:HR:2018:2278 · Hoge Raad · 11 december 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-2278
Zaakgegevens
Op 11 december 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 11 december 2018
- Datum publicatie
- 7 december 2018
- Zaaknummer
- 17/01629
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:2278
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk niet voldoen aan wettelijke verplichting door getuige door opgeroepen en verschenen als getuige in “Passsageproces” op meerdere tz. te weigeren antwoorden te geven op aan hem gestelde vragen en zich te beroepen op verschoningsrecht (voortgezette handeling), art. 192.1 Sr. 1. Heeft verdachte gehandeld in strijd met “wettelijke verplichting” a.b.i. art. 192.1 Sr door in hoedanigheid van getuige geen antwoord te geven op aan hem gestelde vragen of komt aan hem beroep op verschoningsrecht a.b.i. art. 219 Sv toe? 2. Opzet. HR: art. 81.1 RO onder verwijzing naar ECLI:NL:HR:2018 : 2277.
Procesgang
Rechtbank Noord-Holland · 12 februari 2016
ECLI:NL:RBNHO:2016:1128Gerechtshof Amsterdam · 20 maart 2017
ECLI:NL:GHAMS:2017:797Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 16 oktober 2018
ECLI:NL:PHR:2018:1158Hoge Raad · 11 december 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:2278
Uitspraak
11 december 2018
Strafkamer
nr. S 17/01629
DAZ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 maart 2017, nummer 23/000763-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.Y. Taekema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO - en het heden uitgesproken arrest HR 11 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2277 - geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 december 2018.