Strafrecht overig
Uitvoer cocaïne en hasj naar Groot-Brittannië. Afwijzing getuigenverzoek. Verzoek is gedaan na ontvangst…
Hoge Raad, 13 maart 2018
ECLI:NL:HR:2018:332 · Hoge Raad · 13 maart 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2018-332
Zaakgegevens
Op 13 maart 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 maart 2018
- Datum publicatie
- 13 maart 2018
- Zaaknummer
- 16/01927
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2018:332
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Uitvoer cocaïne en hasj naar Groot-Brittannië. Afwijzing getuigenverzoek. Verzoek is gedaan na ontvangst uitgewerkt vonnis, dat pas beschikbaar is gekomen na verstrijken termijn voor indienen appelschriftuur. Toepasselijke maatstaf? HR: art. 81.1 RO. CAG: Hof heeft kennelijk o.g.v. art. 418.3 Sv noodzaakcriterium toepasselijk verklaard en afwijzing van het verzoek gebaseerd op de grond dat verdachte redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad. Samenhang met 16/01928.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 18 maart 2016
ECLI:NL:GHARL:2016:2243Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 23 januari 2018
ECLI:NL:PHR:2018:195Hoge Raad · 13 maart 2018deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2018:332
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
13 maart 2018
Strafkamer
nr. S 16/01927
SSA/LBS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 maart 2016, nummer 21/001874-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.N. de Jonge, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2018.