Strafrecht overig

Meerdaadse samenloop van zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen met zwaar…

Hoge Raad, 27 maart 2018

Zaakgegevens

Op 27 maart 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 maart 2018
Datum publicatie
27 maart 2018
Zaaknummer
16/02134
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:433
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Meerdaadse samenloop van zware mishandeling en openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen met zwaar lichamelijk letsel ten gevolge, waarbij het slachtoffer met veel kracht tegen het hoofd is geslagen waardoor het slachtoffer ten val kwam. Art. 141 en 302 Sr. Middelen m.b.t. opzet op zware mishandeling en noodweer. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 6 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:235
  2. Hoge Raad · 27 maart 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:433

Uitspraak

27 maart 2018

Strafkamer

nr. S 16/02134

EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 1 april 2016, nummer 21/005288-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Lammers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsvrouwe heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2018.