Strafrecht overig

1. Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW 1994. Combinatie van significante snelheidsovertreding met het onvoldoende oog…

Hoge Raad, 3 april 2018

Zaakgegevens

Op 3 april 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 april 2018
Datum publicatie
3 april 2018
Zaaknummer
16/03726
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:492
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

1. Schuld i.d.z.v. art. 6 WVW 1994. Combinatie van significante snelheidsovertreding met het onvoldoende oog hebben voor en/of anticiperen op de verkeerssituatie. 2. Redelijke termijn in eerste aanleg. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 13 februari 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:116
  2. Hoge Raad · 3 april 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:492

Uitspraak

3 april 2018

Strafkamer

nr. S 16/03726

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 8 juni 2016, nummer 22/004164-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 april 2018.