Strafrecht overig

Verwerven en in het bezit hebben van kinderporno, art. 240b.1 Sr en feitelijke aanranding van de eerbaarheid…

Hoge Raad, 22 mei 2018

Zaakgegevens

Op 22 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 mei 2018
Datum publicatie
18 mei 2018
Zaaknummer
16/06048
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:735
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verwerven en in het bezit hebben van kinderporno, art. 240b.1 Sr en feitelijke aanranding van de eerbaarheid, art. 246 Sr. Middelen o.m. over gebruik voor bewijs van eigen waarneming Hof nu die waarneming niet tijdens het onderzoek ttz. zou zijn gedaan (art. 340 Sv). HR: art. 81.1 RO. CAG: Niet kan worden gezegd dat de verdediging door het gebruik voor het bewijs van de waarneming is verrast omdat zij daarmee geen rekening zou hoeven te houden. Hof heeft zijn eigen waarneming zonder schending van enige rechtsregel in de bewijsvoering kunnen betrekken, ook zonder dat deze ttz. was geëxpliciteerd.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:248
  2. Hoge Raad · 22 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:735

Uitspraak

22 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/06048

AKA

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 juli 2016, nummer 21/007081-15, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.