Strafrecht overig

Medeplegen bedreiging door met gaspistool achter anderen aan te rennen en in de lucht te schieten, art. 285.1…

Hoge Raad, 22 mei 2018

Zaakgegevens

Op 22 mei 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 mei 2018
Datum publicatie
22 mei 2018
Zaaknummer
16/04547
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:751
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen bedreiging door met gaspistool achter anderen aan te rennen en in de lucht te schieten, art. 285.1 Sr. Noodweer(exces). HR: art. 81.1 RO. CAG: Verwerping beroep op noodweer heeft feitelijke grondslag. Hof heeft niet aannemelijk bevonden dat aangevers zich bij woning van verdachte vertoonden met wapens. Dat oordeel is, gelet op ‘s Hofs uit b.m. blijkende vaststellingen, niet onbegrijpelijk. Samenhang met 16/04859.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 27 maart 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:264
  2. Hoge Raad · 22 mei 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:751

Uitspraak

22 mei 2018

Strafkamer

nr. S 16/04547

IV/EC

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 25 augustus 2016, nummer 21/004652-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J. Bussink, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 mei 2018.