Strafrecht overig

Falende bewijsklacht uitlokking van medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade, art…

Zaakgegevens

Op 23 januari 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
23 januari 2018
Datum publicatie
24 januari 2018
Zaaknummer
16/01542
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:84
E-mailBekijk op rechtspraak.nl

Samenvatting

Falende bewijsklacht uitlokking van medeplegen van poging tot zware mishandeling met voorbedachten rade, art. 303.1 Sr. Verdachte heeft aan A instructies van medeverdachte doorgegeven m.b.t. de zware mishandeling van B en hem in ruil voor die zware mishandeling geld in het vooruitzicht gesteld. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/01623.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 14 november 2017

    ECLI:NL:PHR:2017:1481
  2. Hoge Raad · 23 januari 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:84

    Conclusie gevolgd

Uitspraak

Inhoudsopgave

23 januari 2018

Strafkamer

nr. S 16/01542

BKL

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 18 maart 2016, nummer 21/005173-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Kops, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2018.