Strafrecht overig

Als leider deelnemen aan criminele organisatie die zich jarenlang bezighield met plegen van misdrijven…

Hoge Raad, 5 juni 2018

Zaakgegevens

Op 5 juni 2018 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 juni 2018
Datum publicatie
5 juni 2018
Zaaknummer
17/03080
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2018:841
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Als leider deelnemen aan criminele organisatie die zich jarenlang bezighield met plegen van misdrijven (fraude met kinderopvangtoeslagen, sealbagfraude en witwassen) en diverse in dat verband begane strafbare feiten. 1. Bewijsklachten. 2. Strafmotivering; verbazingscriterium en LOVS-oriëntatiepunten. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/00367, 17/00517, 17/00518, 17/00519 en 17/03078.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 april 2018

    ECLI:NL:PHR:2018:338
  2. Hoge Raad · 5 juni 2018deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2018:841

Uitspraak

5 juni 2018

Strafkamer

nr. S 17/03080

NA/IV

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 18 januari 2017, nummer 21/007115-14, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.J.M. Jansen, advocaat te Tilburg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A. El Mokhtari, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juni 2018.