Strafrecht overig

Veroordeling wegens zwaar lichamelijk letsel door schuld en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie door…

Hoge Raad, 2 juli 2019

Zaakgegevens

Op 2 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
2 juli 2019
Datum publicatie
2 juli 2019
Zaaknummer
18/01289
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1074
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling wegens zwaar lichamelijk letsel door schuld en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie door aan slachtoffer vuurwapen te tonen, waarbij het wapen is afgegaan en slachtoffer schotwond in ellenboog heeft opgelopen, art. 308 Sr en 26.1 jo 55 WMM. Klachten over 1. Denatureren verklaring getuige, bewijsminimum (unus testis, art. 342.2 Sv) en uos. 2. Motivering oordeel Hof dat sprake is van rechtstreekse schade van b.p. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:526
  2. Hoge Raad · 2 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1074

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/01289

Datum 2 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 maart 2018, nummer 22/003412-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J.N. Vermeij, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Namens de benadeelde partij S.L.O. Maduro heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, een verweerschrift ingediend.

De Advocaat-Generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren

Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 juli 2019.