Strafrecht overig
Beklag, beslag, ex art. 1:37 Algemene Douanewet op een auto met - kort gezegd - verborgen ruimten, dus…
Hoge Raad, 9 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1080 · Hoge Raad · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1080
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 3 juli 2019
- Zaaknummer
- 18/00521
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1080
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag, ex art. 1:37 Algemene Douanewet op een auto met - kort gezegd - verborgen ruimten, dus kennelijk ingericht of toegerust om goederen aan het ambtelijk toezicht te onttrekken. Middelen over 1. ongegrondverklaring beklag, i.h.b.de afwijzing van een geldelijke tegemoetkoming en 2. het niet oproepen of in de gelegenheid stellen de inspecteur van de Douane te horen. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:548Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1080
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/00521
Datum 9 juli 2019
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, van 11 december 2017, nummer RK 17/006367, op een klaagschrift als bedoeld in art. 1:37 Algemene douanewet, ingediend
door
[klaagster],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de klaagster.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft P.H.L.M. Souren, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.