Strafrecht overig

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, a.b.i. art. 225.1 Sr, als ware het echt en onvervalst, art…

Hoge Raad, 9 juli 2019

Zaakgegevens

Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
9 juli 2019
Datum publicatie
9 juli 2019
Zaaknummer
17/05567
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1155
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, a.b.i. art. 225.1 Sr, als ware het echt en onvervalst, art. 225.2 Sr, en witwassen, art. 420bis Sr. Middelen over 1. een zgn. “verzamelproces-verbaal” van de tz. in geval van gelijktijdig, doch niet gevoegde behandeling, 2. het afwijzen van getuigenverzoeken, 3. de verwerping van het beroep op n-o OM, dan wel bewijsuitsluiting vanwege een onrechtmatige start van het onderzoek, 4. Bewijsklachten over “gebruikmaken” en “valsheid”, en 5. redengevendheid b.m. witwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/05243, 17/05567 en 17/05568.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 november 2017

    ECLI:NL:GHARL:2017:9714
  2. Conclusie A-G · 28 mei 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:541
  3. Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1155

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05567

Datum 9 juli 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 november 2017, nummer 21/002573-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1974,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Kuijper en M.C.J. Teurlings, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.