Strafrecht overig
Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, a.b.i. art. 225.1 Sr, als ware het echt en onvervalst, art…
Hoge Raad, 9 juli 2019
ECLI:NL:HR:2019:1160 · Hoge Raad · 9 juli 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1160
Zaakgegevens
Op 9 juli 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 9 juli 2019
- Datum publicatie
- 9 juli 2019
- Zaaknummer
- 17/05568
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1160
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, a.b.i. art. 225.1 Sr, als ware het echt en onvervalst, art. 225.2 Sr, en witwassen, art. 420bis Sr. Middelen over 1. een zgn. “verzamelproces-verbaal” van de tz. in geval van gelijktijdig, doch niet gevoegde behandeling, 2. het afwijzen van getuigenverzoeken, 3. de verwerping van het beroep op n-o OM, dan wel bewijsuitsluiting vanwege een onrechtmatige start van het onderzoek, 4. Bewijsklachten over “gebruikmaken” en “valsheid”, en 5. redengevendheid b.m. witwassen. HR: art. 81.1 RO. Samenhang tussen 17/05243, 17/05567 en 17/05568.
Procesgang
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 november 2017
ECLI:NL:GHARL:2017:9716Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 28 mei 2019
ECLI:NL:PHR:2019:542Hoge Raad · 9 juli 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1160
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/05568
Datum 9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 1 november 2017, nummer 21/002571-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J. Kuijper en M.C.J. Teurlings, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend Advocaat-Generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2019.