Strafrecht overig
Medeplegen moord in vakantiewoning op camping in Ewijk door met vuurwapen kogel af te vuren op ander (art…
Hoge Raad, 29 januari 2019
ECLI:NL:HR:2019:121 · Hoge Raad · 29 januari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-121
Zaakgegevens
Op 29 januari 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 29 januari 2019
- Datum publicatie
- 28 januari 2019
- Zaaknummer
- 18/00253
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:121
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen moord in vakantiewoning op camping in Ewijk door met vuurwapen kogel af te vuren op ander (art. 289 Sr) en medeplichtigheid aan medeplegen opzettelijke brandstichting auto waarin stoffelijk overschot lag (art. 157.1 Sr). 1. Namens OM is in strijd met art. 410.1 Sv geen appelschriftuur ingediend. 2. Schending art. 422.2 Sv nu Hof slechts heeft beraadslaagd n.a.v. onderzoek ttz. in h.b. 3. Heeft Hof n.a.v. toegewezen vordering wijziging tll. (toevoeging medeplichtigheid) t.a.v. medeplichtigheid aan medeplegen brandstichting grondslag van tll. verlaten door aangebrachte verbeteringen bij vaststelling tll.? 4. Medeplegen moord. HR: art. 81.1 RO. CAG t.a.v. grondslagverlating: ’s Hofs oordeel dat het gaat om kennelijke misslag die zich voor verbetering door rechter leent en verdachte door correcties niet in zijn verdediging is geschaad, is niet onbegrijpelijk, nu verdediging heeft ingestemd met wijziging tll. en geen bezwaar heeft gemaakt tegen gekozen bewoordingen. Aanpassing tll. bracht geen verandering in aan verdachte verweten behulpzaamheden bij brandstichting, terwijl in redelijkheid geen onduidelijkheid heeft kunnen bestaan over vraag om welke brandstichting het ging. Samenhang met 17/04598, 17/04698, 17/04738 en 17/05490.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 20 september 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:4110Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 8 januari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1Hoge Raad · 29 januari 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:121
Uitspraak
29 januari 2019
Strafkamer
nr. S 18/00253
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 20 september 2017, nummer 20/001647-16, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 januari 2019.