Strafrecht overig

Doodslag door bij ruzie na verjaardagsfeest van gemeenschappelijke bekende in Berlicum ander met mes in zijn…

Hoge Raad, 27 augustus 2019

Zaakgegevens

Op 27 augustus 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 augustus 2019
Datum publicatie
27 augustus 2019
Zaaknummer
17/05986
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1288
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag door bij ruzie na verjaardagsfeest van gemeenschappelijke bekende in Berlicum ander met mes in zijn rug steken, art. 287 Sr. Afwijzing ttz. in h.b. gedaan verzoek tot horen van in e.a. bij RC gehoorde getuigen op de grond dat noodzaak daartoe niet is gebleken. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Oost-Brabant · 21 februari 2017

    ECLI:NL:RBOBR:2017:870
  2. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 12 december 2017

    ECLI:NL:GHSHE:2017:5468

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 25 juni 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:839
  4. Hoge Raad · 27 augustus 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1288

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 17/05986

Datum 27 augustus 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 december 2017, nummer 20/000593-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van elf jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze tien jaren en zeven maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 augustus 2019.