Strafrecht overig
Medeplegen uitkeringsfraude (227b Sr), medeplegen witwassen (art. 420bis Sr), voorhanden hebben wapens en…
Hoge Raad, 1 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1352 · Hoge Raad · 1 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1352
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2019
- Datum publicatie
- 16 september 2019
- Zaaknummer
- 17/06136
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1352
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen uitkeringsfraude (227b Sr), medeplegen witwassen (art. 420bis Sr), voorhanden hebben wapens en munitie (art. 26 WWM), medeplegen opzettelijk handelen in strijd met in art. 2.C Opiumwet gegeven verbod, opzetheling van invalidenparkeerkaarten (art. 416 Sr) en plegen van gekwalificeerde diefstal stroom en gas (art. 311 Sr). Middelen m.b.t. 1. oordeel dat geen sprake is van strijd met ne bis in idem-beginsel; 2. oordeel dat verdachte in nauwe en bewuste samenwerking met zijn medeverdachte, en niet alleen, heeft gehandeld. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 17/06146, 17/06147, 18/00360 en 18/01145.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 14 december 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:5706Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 2 juli 2019
ECLI:NL:PHR:2019:696Hoge Raad · 1 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1352
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/06136
Datum 1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 december 2017, nummer 20/003796-13, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1952,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.T.H.L. van de Bergh, advocaat te Maastricht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.