Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onder zoon van klaagster inbeslaggenomen BMW. Middel klaagt over de…

Hoge Raad, 24 september 2019

Zaakgegevens

Op 24 september 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 september 2019
Datum publicatie
24 september 2019
Zaaknummer
18/02533
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1421
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94a Sv op onder zoon van klaagster inbeslaggenomen BMW. Middel klaagt over de vaststelling van de Rb. dat sprake is van een conservatoir gelegd beslag en dat de Rb. de op art. 94 Sv betrekking hebbende maatstaf had moeten toepassen. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 25 juni 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:639
  2. Hoge Raad · 24 september 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1421

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02533

Datum 24 september 2019

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag van 5 juni 2018, nummer RK 18/571, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend

door

[klaagster],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de klaagster.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft D.J.G.J. Cornelissen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 september 2019.