Strafrecht overig
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) door brieven van Dienst Justis zodanig te vervalsen…
Hoge Raad, 1 oktober 2019
ECLI:NL:HR:2019:1453 · Hoge Raad · 1 oktober 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1453
Zaakgegevens
Op 1 oktober 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 1 oktober 2019
- Datum publicatie
- 26 september 2019
- Zaaknummer
- 17/05536
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1453
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) door brieven van Dienst Justis zodanig te vervalsen dat daarin stond vermeld dat hem gratie was verleend zodat hem de uitkering en toeslag, die waren stopgezet toen hij gedetineerd raakte, werden uitgekeerd. Klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek op grond dat niet aannemelijk is dat verdachte uit medisch oogpunt niet in staat is ttz. in h.b. aanwezig te zijn. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Uitspraak · 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:6067Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 9 juli 2019
ECLI:NL:PHR:2019:746Hoge Raad · 1 oktober 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1453
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 17/05536
Datum 1 oktober 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 1 november 2017, nummer 20/001821-15, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1953,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben C.M.H. van Vliet en H. Sytema, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden hebben daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 oktober 2019.