Strafrecht overig

Doodslag op baby door schudden (shaken baby syndroom). Voorwaardelijk opzet op de dood? HR: art. 81.1 RO.

Hoge Raad, 5 november 2019

Zaakgegevens

Op 5 november 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 november 2019
Datum publicatie
5 november 2019
Zaaknummer
18/02929
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2019:1705
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Doodslag op baby door schudden (shaken baby syndroom). Voorwaardelijk opzet op de dood? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 14 juni 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:5478
  2. Conclusie A-G · 17 september 2019

    ECLI:NL:PHR:2019:861
  3. Hoge Raad · 5 november 2019deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2019:1705

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/02929

Datum 5 november 2019

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, van 14 juni 2018, nummer 21/006354-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,

hierna: de verdachte.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 november 2019.