Strafrecht overig
Poging ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen, art. 249 Sr. Slachtoffer is als patiënt naar de…
Hoge Raad, 17 december 2019
ECLI:NL:HR:2019:1965 · Hoge Raad · 17 december 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-1965
Zaakgegevens
Op 17 december 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 17 december 2019
- Datum publicatie
- 12 december 2019
- Zaaknummer
- 18/02978
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:1965
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging ontucht met misbruik van gezag/vertrouwen, art. 249 Sr. Slachtoffer is als patiënt naar de huisartsenpraktijk van verdachte gegaan voor medische behandeling. Bij die behandeling wilde slachtoffer tevens een lipvergroting laten uitvoeren door verdachte, waarbij zij toezeggingen heeft gemaakt dat verdachte met haar mocht doen wat hij wilde in ruil voor de lipbehandeling. Verdachte heeft tijdens dat bezoek geprobeerd om met naar beneden getrokken broek en onderbroek op slachtoffer te gaan liggen. Bevond slachtoffer zich (nog) in afhankelijkheidsrelatie t.o.v. verdachte als arts en was nog sprake van voor ontucht vereiste wederrechtelijkheid? HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 6 juli 2018
ECLI:NL:GHDHA:2018:2981Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 november 2019
ECLI:NL:PHR:2019:1073Hoge Raad · 17 december 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:1965
Bekrachtiging/bevestigingBekrachtigingDe hogere rechter laat de eerdere uitspraak in stand: de uitkomst blijft hetzelfde.Meer uitleg
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 18/02978
Datum 17 december 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 juli 2018, nummer 22/004450-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben G. Spong, advocaat te Amsterdam, en C.W. Noorduyn, advocaat te ’s-Gravenhage, ieder bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman G. Spong heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de middelen
De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.T. Boerlage, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 december 2019.