Strafrecht overig
Medeplegen diefstal met geweld van geld en sieraden (art. 312 Sr) en medeplegen wederrechtelijke…
Hoge Raad, 26 maart 2019
ECLI:NL:HR:2019:432 · Hoge Raad · 26 maart 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-432
Zaakgegevens
Op 26 maart 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 26 maart 2019
- Datum publicatie
- 25 maart 2019
- Zaaknummer
- 18/02175
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:432
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen diefstal met geweld van geld en sieraden (art. 312 Sr) en medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving (art. 282 Sr) door 88-jarige man in zijn woning meermalen met de vuist met kracht in het gezicht te slaan en hem door een vuurwapen in zijn rug te duwen te dwingen de trap op te lopen en hem in zijn slaapkamer op bed te zetten, een deken over zijn hoofd te leggen en zijn polsen en benen vast te binden. Klacht dat Hof in strijd met art. 341.3 Sv verklaring van medeverdachte voor het bewijs heeft gebezigd. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 februari 2019
ECLI:NL:PHR:2019:302Hoge Raad · 26 maart 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:432
Uitspraak
26 maart 2019
Strafkamer
nr. S 18/02175
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 mei 2018, nummer 20/000548-17, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 maart 2019.