Strafrecht overig
Als bestuurder van een failliete rechtspersoon, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers…
Hoge Raad, 23 april 2019
ECLI:NL:HR:2019:673 · Hoge Raad · 23 april 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2019-673
Zaakgegevens
Op 23 april 2019 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 23 april 2019
- Datum publicatie
- 23 april 2019
- Zaaknummer
- 17/03334
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2019:673
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Als bestuurder van een failliete rechtspersoon, ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers niet voldoen aan de verplichtingen m.b.t. het voeren van een administratie ex art. 2:10.1 BW en het bewaren en te voorschijn brengen van boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, art. 343 Sr (oud). Bewijsklacht daderschap. HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 12 maart 2019
ECLI:NL:PHR:2019:229Hoge Raad · 23 april 2019deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2019:673
Uitspraak
23 april 2019
nr. S 17/03334
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 23 juni 2017, nummer 22/001744-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedatum] 1974.
1 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Özdemir, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2019.