Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen mensenhandel. Relatieve competentie, bevoegd gerecht in e.a. en in…

Hoge Raad, 7 juli 2020

Zaakgegevens

Op 7 juli 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juli 2020
Datum publicatie
2 juli 2020
Zaaknummer
18/05099
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1212
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit medeplegen mensenhandel. Relatieve competentie, bevoegd gerecht in e.a. en in h.b. Was Rb Leeuwarden bevoegd kennis te nemen van ontnemingsvordering in e.a. en is hof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden, in h.b. bevoegd, nu in strafzaak Rb Rotterdam oorspronkelijk bevoegde gerecht was en Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen per 1-1-2013 is vervallen? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 26 november 2018

    ECLI:NL:GHARL:2018:10292
  2. Conclusie A-G · 7 april 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:337
  3. Hoge Raad · 7 juli 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1212

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 18/05099 P

Datum 7 juli 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 26 november 2018, nummer 21/005652-13, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de betrokkene heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juli 2020.