Strafrecht overig

Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en deelname aan criminele…

Hoge Raad, 15 september 2020

Zaakgegevens

Op 15 september 2020 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 september 2020
Datum publicatie
4 september 2020
Zaaknummer
19/03312
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2020:1375
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr) en deelname aan criminele organisatie (art. 140.1 Sr) door als koerier van geld naar Zwitserland op te treden in witwastraject. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en ttz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van 2 getuigen, die informatie zouden kunnen verschaffen over alternatief scenario (zwart geld is niet door verdachte naar Zwitserland gebracht maar via alternatieve (illegale) geldstroom (via Britse Maagdeneilanden) in Zwitserland terecht gekomen). 2. Bewijsklachten gewoontewitwassen en deelname aan criminele organisatie. Kan uit b.m. worden afgeleid dat verdachte (wist dat hij) ‘zwarte’ geldbedragen naar Zwitserland heeft gebracht? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/03473 en 19/03474 P.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 16 juni 2020

    ECLI:NL:PHR:2020:581
  2. Hoge Raad · 15 september 2020deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2020:1375

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 19/03312

Datum 15 september 2020

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 juli 2019, nummer 21/005303-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1935,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.I. Takens, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 september 2020.